In deze web site wil ik u laten meebeleven hoe ik mijn grote hobby beleef ,
“Het kweken van Roseicollis”
Het begin.
In 1979 heb ik van een vriend een kooi gekregen voor in de huiskamer, hier heb ik in korte tijd diverse soorten vogels gehad met weinig succes, uiteindelijk heb ik van een collega 2 splendids gekocht, de pop ging al vrij snel dood, bij de zelfde collega heb ik de eenzame en weinig actieve man geruild voor 2 collis.
Ik kende de vogels nog niet maar vond ze gelijk erg mooi, ze waren echter wel veel te luid voor in de huiskamer, dus snel een kooi gemaakt in de schuur met een gat in de muur naar een kleine vlucht van 2 x 1 x 2 meter.
In november van 1980 ben ik naar een show gegaan van de “Langedijker vogelvrienden” en heb me daar ter plekke opgegeven als lid, in het voorjaar van 1981 ben ik begonnen met broeden, het resultaat was 2 jongen en dus in november gelijk naar de 1e show met de 2 licht zeegroene vogels, de beide ouders waren dus split voor deze factor. Ik was natuurlijk al zeer trots op wat ik gekweekt had en vond de waardering van 86 punten al goed, ik was veel te vroeg met inzenden en de vogels waren nog lang niet in T.T. conditie maar ze bleken nog een jaar te mogen, in dat 2e jaar kreeg ik al 88 en 89 punten wat gelijk goed was voor de 2e prijs.
Al gauw bleek de vlucht buiten geen goede optie, te veel lawaai voor de buurt en te veel herrie onderling.
Daarom de binnen kooi omgebouwd tot 6 kooien van 70 x 50 x 50 en een vlucht van 210 x 50 x 50, hier heb ik 12 jaar in gekweekt met al snel goede resultaten, in 1983 club kampioen met 90+ en in 1985 met 1 ingezonden vogel district kampioen met 91 punten, dit geeft natuurlijk veel spirit om door te gaan met het streven naar mooiere en betere vogels voor de T.T..
De grootste voldoening geeft echter het zien van de jongen net uit het ei en dan zien opgroeien, je bent het gehele jaar door bezig.
De vooruitgang.
In 1993 heb ik besloten om een nieuw verblijf te bouwen, in de schuur was het toch wat te klein.
Dit gaf toch weer een stukje vooruitgang, er kwamen meer en wat voornamer is betere jongen, nadat ik diverse keren district kampioen was geworden heb ik het ook op de bonds show in Breda geprobeerd, hier kwam ik toch nog te kort, de kwekers uit het zuiden waren veel beter (formaat).
Er moesten dus vooral grotere vogels komen en als je die niet in je eigen kooi hebt zal je ze moeten aanschaffen. Op de district T.T. in 1990 zag ik mooie vogels te koop, de prijs was F 25,- dit was wel veel voor die tijd en ik had net genoeg geld bij me om er een te kopen, het was een pop, hier heb ik 3 jongen uit gekweekt, deze jongen waren direct van uitzonderlijke klasse voor het eerst haalde ik 92 punten.. Met vogels uit deze lijn heb ik vele jaren succes gehad totdat de lang bevederde vogels in beeld kwamen, de keurmeesters hadden toen steeds de opmerking “goed formaat voor een kort bevederde” vogel, op de COM in Zutphen heb ik het nog een keer geprobeerd maar toen bleek dat ondanks het fijt dat de COM zei dat het oude type aangehouden moest worden de voorkeur van de keurmeesters naar de lang bevederde ging.
In 2000 heb ik bij Yne Peter Terpstra een te lang bevederde vogel aangeschaft en deze tegen mijn eigen goed formaat vogels gezet. Het eerste jaar gaf gelijk 11 jongen, hiermee heb ik een lijn opgezet met het oude type, het resultaat is dat ik de laatste 3 jaar met de Nederlandse top mee kan.
Zo doe ik het.
Ik broed met hooguit 6 koppels, deze zitten het gehele jaar bij elkaar in de kweekbakken. In augustus begin ik met speciaal kweekvoer aan te vullen bij het zaad. Op 1 september gaan de broedblokken aan de kooien en worden er wilgentakken gegeven, de eerste eieren liggen er dan over het algemeen de 2e helft van september. De ringen komen op 1 oktober dus de jongen zijn mooi op tijd voor de nieuwe ringen, dat zijn dan de ringen voor het komende jaar, vroege kweek dus. Nadat de vogels zijn uitgevlogen vang ik ze uit na 14 dagen, ze gaan dan gelijk op de weegschaal voor de eerste selectie, de zwaarste vogels worden behouden en de anderen worden direct verkocht. Na een half jaar als de vogels op kleur zijn gaan ze weer op de weegschaal en geef ik zelf een keuring, ik vergelijk ze dan met een oudere vogel waar ik het beste mee gedraaid heb op de TT’s, ik heb zelf een keurbriefje gemaakt waarop ik de voor mij belangrijkste punten beoordeel. De vogels gaan dan 1 week in een kooi ter grootte van een TT kooi om alvast een beetje opgeleid te worden voor de TT’s, hierna doe ik dat niet meer omdat ik vind dat ze door de stress toch behoorlijk wat gewicht verliezen.
Na deze keuring vallen er weer wat vogels af en worden weer verkocht, ik heb dan nog ongeveer 1/3 van het totale aantal gekweekte vogels over, hiermee ga ik dan het eerste TT seizoen in. Ik kweek 25 á 30 vogels per jaar en omdat ik vroeg kweek zijn de vogels in oktober/november als het TT seizoen begint al 1 jaar oud en al goed genoeg om te laten zien op de TT’s, er worden dan toch al 90, 91 en zelfs 92 punten behaald, alleen het rugdek is vaak nog niet niet helemaal top. Na het TT seizoen worden er weer vogels verkocht en alvast geselecteerd voor eventuele kweek, er zijn er dan nog zes over voor het 2e jaar dat ze nog mogen meedoen als eigen kweek op de TT’s. Soms zet ik de vogels al na 1 jaar in voor de kweek maar meestal is dat na het 2e jaar als ze gereed zijn met de TT’s.
Het valt me op dat de vogels die overblijven na de selecties toch vaak de eerst geborenen zijn, jongen uit de 2e (laatste) ronde zijn toch vaak iets minder van formaat maar dit kunnen natuurlijk wel goed kweekvogels zijn want de afstamming is hetzelfde als de vogels uit de 1e ronde.
De zomermaanden zijn de rustmaanden voor de vogels en voor de kweker (vakantie), ik kan gelukkig steeds weer een goede oppas vinden en dit is heel belangrijk want de vogels zijn belangrijk maar niet het allerbelangrijkst, denk ook aan jezelf en je gezin dan blijft het voor allen een mooie hobby.
Co Jonker